28 mei 2016 | Utrecht

Cees Verweij op Ledenraad: “Plannen maken voor een gezonde toekomst”

KVGO-voorzitter Cees Verweij is net terug uit Napels waar Intergraf, de koepel van grafische werkgevers in Europa vergaderde. In een interview met presentatrice Isolde Hallensleben gaat Verweij in op de stand van zaken in de bedrijfstak, de Grafimedia cao en andere zaken die de ondernemer bezig houdt.

“Tijdens zo’n Intergraf-vergadering bespreken we onderwerpen die onze leden op korte of langere termijn raken. Denk aan nieuwe Europese regels op het gebied databescherming, aan importheffingen op illegaal gekapt hout en de inspanningen die we ons getroosten om de brievenbussen voor drukwerk open te houden.”

Over vijf dagen gaat drupa van start in Duitsland. KVGO-leden gaan de vakbeurs massaal bezoeken. Wat zegt dat over het klimaat in de bedrijfstak?
“drupa is van oudsher een barometer voor onze branche. Je ziet er de nieuwste technieken en maakt kennis met de laatste trends. Wat mij ook altijd opvalt is hoe groot deze industrie wereldwijd is. Als je bedenkt dat we in Nederland alleen al elk jaar voor ruwweg zo’n 5,5 miljard euro aan drukwerk produceren, dan realiseer je je dat de grafische industrie vitaal en levend is.”

kn_03_pag_07_cees_verweij_©NFP-160237-024De voorlaatste drupa was in 2008. De orderboeken stroomden vol, terwijl daar niet veel later een grote streep doorheen kon, omdat de financiële crisis losbarstte.
“De branche heeft een moeilijke periode achter zich. De oorzaken daarvan liggen deels in de slechte economische omstandigheden en deels zijn ze terug te brengen op de veranderingen in het medialandschap waar niet alleen wij, maar bijvoorbeeld ook marketeers en uitgevers mee worstelen. In 2015 leek het tij wat te kenteren: niet langer alleen de slechte kant op. Dat is tenminste het geluid onder onze leden. Vanzelfsprekend zijn dat ondernemers die erin geslaagd zijn onder de penibele omstandigheden waarin we sinds 2008 verkeren hun bedrijf boven water te houden. Een prestatie van formaat. Zij zijn optimistischer over de toekomst van hun onderneming en van de bedrijfstak dan vele jaren het geval is geweest. De achter ons liggende jaren trokken diepe sporen door het grafisch landschap. In 2008 bijvoorbeeld telden we rum 2.000 leden, Afgelopen jaar waren dat er nog duizend. Het aantal medewerkers lag in 2008 nog boven de 33.000. In 2015 was dat aantal meer dan gehalveerd tot ongeveer 14.700 mensen.”

Je zou veronderstellen dat er ergens in bodem moet liggen. Er zijn bedrijven en werknemers nodig om die omzet van 5,5 miljard te halen.
“We houden bij onze prognoses rekening met een verdere daling van het aantal medewerkers. De eerste tekenen van 2016 vind ik wel bemoedigend. Het zou kunnen zijn dat de terugloop in het aantal werkzame personen dit jaar minder groot wordt dan we dachten.

Daar komt iets bij. Je noemde net al drupa. Daar staan de nieuwste machines die weer sneller draaien, kortere insteltijden hebben en vergaand zijn geautomatiseerd. Het werk kan ook met minder mensen gedaan worden. In die zin hebben we de afgelopen jaren een geweldige productiviteitsslag gemaakt. Wil je aan die race meedoen dan moet je als bedrijf aan een aantal voorwaarden voldoen. Je financiële huishouding moet op orde zijn, wil je kunnen investeren. Je zult je productie verregaand moeten rationaliseren, omdat nog meer capaciteit een nog grotere druk op de prijzen inhoudt. Je medewerkers zullen met de nieuwste technieken om moeten kunnen gaan. Ik heb het hier over de main stream grafische bedrijven. Uiteraard zijn er ook die goede zaken doen in niches, of in een segment zitten dat een sterke groei vertoont zoals de verpakkingsindustrie.”

Zijn jullie leden wel voldoende bezig met nieuwe technieken en veranderende markten?
“Dat zijn twee verschillende dingen. Met nieuwe en innovatieve technieken zijn ze altijd bezig. Er zijn bedrijven die een doorlooptijd voor een order van 20 seconden weten waar te maken.

Nieuwe markten is een lastiger verhaal. Van oudsher zijn we in deze bedrijfstak gefocust op techniek en vergaten we de klant en de markt wel eens. Dat is nu veel minder het geval. We vergeten ook wel eens dat we een prachtig product maken, maar dat dit ook verkocht moet worden. Dat kan altijd beter.”kn_03_pag_07_cees_verweij_©NFP-160237-050

Grafimedia cao
Ik las jullie jaarverslag over 2015 met tientallen activiteiten en als uitschieter het afsluiten van de Grafimedia cao. Dat proces verliep niet zonder slag of stoot?

“Het is inderdaad een moeizaam proces geweest, waar iedereen de handen vol aan heeft gehad. Uiteindelijk ligt er een cao die recht doet aan de moeilijke omstandigheden in onze branche waar ondernemers mee vooruit kunnen. De afspraken zorgen voor duidelijkheid over de arbeidskosten in de komende jaren en maken maatwerk binnen de eigen onderneming mogelijk. Dat is voor ondernemers noodzakelijk.

Het bleek in de onderhandelingen niet mogelijk om alle ideeën die we voor ogen hadden te realiseren, maar er zijn wel forse stappen vooruit gezet bij de modernisering van de afspraken. Allerlei bedrijfseigen regelingen bijvoorbeeld zijn vervangen door wettelijke kaders. We repareren wetgeving veel minder dan in het verleden.

Ook belangrijk: we zijn in staat gebleken het sociale bouwwerk dat we samen met de werknemers in de loop der jaren opbouwden overeind te houden. Wil je bijvoorbeeld sectorplannen indienen bij de overheid dan is dat een kansloze operatie als bonden en werkgevers er niet beide aan mee zouden doen. Dat zorgt bijvoorbeeld voor miljoenen euro’s aan aanvullend overheidsgeld voor het A&O Fonds waardoor bedrijven met kortingen die kunnen oplopen tot veertig procent van de kosten hun medewerkers opleidingen kunnen laten volgen.”

Hoe zit het met de werkgelegenheid in jullie branche?
“Dat ligt eraan aan wie je het vraagt. Volgens het UWV neemt het aantal grafische mensen in de WW iets af, het aantal vacatures zit in de lift omhoog. De situatie is nog verre van rooskleurig maar als het zo doorgaat, dan dreigt voor de grafische sector toch voor het eerst in jaren een tekort aan gekwalificeerde arbeidskrachten, stelt het UWV.”

Ik hoor tussen de regels door vele mitsen en maren?
“Per 100 ‘grafische’ banen zijn er nu 16 WW-ers vergeleken bij 13 in 2013. Voor het hele Nederlandse bedrijfsleven ligt dat cijfer niet hoger dan 6 per 100 banen. Er is momenteel dan ook een zeer ruim aanbod aan werkloze grafici, wat er toe leidt dat zij minder perspectief hebben op een baan dan andere werklozen. ‘Eenmaal werkloos, hervatten WW-ers uit de sector het werk minder vaak dan in andere branches’, stelt het UWV in een rapport over onze industrie.”

Veel oudere werknemers en geen aanwas van jongeren. Dat betekent op termijn toch problemen?
“Het UWV signaleert een sterke vergrijzing in de grafische bedrijven, iets waar we als KVGO en GOC al langer op wijzen. Binnen enkele jaren gaat een groot aantal mensen met pensioen. Die worden natuurlijk niet allemaal vervangen, maar voor een aantal van hen zal toch iemand in de plaats moeten komen. Er zijn op dit moment volgens cijfers van het GOC in het hele land niet meer dan 13 leerlingen die een allround vakopleiding op MBO-3 niveau volgen, 12 voor drukker en zegge en schrijve één voor afwerker. Op assistentniveau (MBO-2) zijn er nog iets meer leerlingen, maar daarbij gaat het niet om een volwaardige vakopleiding voor zelfstandig werkende vakmensen die grafische apparatuur kunnen instellen en bedienen. De grafische bedrijven moeten meer gaan doen aan opleidingen, met name als leerwerkbedrijf waar een leerling één dag naar school gaat en vier dagen werkt. Ook moeten er meer stageplaatsen beschikbaar komen.”

Wat doe je om die nieuwe afspraken over de Grafimedia cao die op papier staan werkelijkheid te laten worden?
“Met het afsluiten van de cao eind vorig jaar zijn we er niet. Er zijn zeven voorlichtingsbijeenkomsten in het land gehouden, waar ongeveer 250 mensen uit 170 bedrijven aan deelnamen. Daarnaast is een aparte bijeenkomst voor P&O-ers gehouden. Door de vele wijzigingen ten opzichte van de vorige cao waren dit intensieve bijeenkomsten. Opvallend is dat veel leden het waarderen dat er meer mogelijkheden zijn gekomen voor flexibiliteit en maatwerk, maar dat zij tegelijkertijd toch wat terughoudendheid zijn om in overleg te gaan met het personeel zodat maatwerk mogelijk wordt.”

Hoe komt dat?
“Persoonlijk denk ik dat ondernemers – en dus onze leden – dagelijks vooral bezig zijn om hun bedrijf overeind te houden. Zeker als er veel zaken in een cao veranderen is het lastig om dat allemaal bij te houden en ook nog eens in te voeren. We adviseren en informeren onze leden zoveel als mogelijk. Ook per telefoon en e-mail zijn vele vragen van leden beantwoord. Verder hebben we de leden via allerlei andere kanalen geïnformeerd over de nieuwe cao. Via de mail, website en Kernnieuws.”

Begrijp ik het goed dat de dagbladen al hun personeel willen onderbrengen bij de cao voor het uitgeverijbedrijf?
“Dat is juist. Maar wij zien geen kans om aan dat verzoek tegemoet te komen. Zij zijn zeer gewaardeerde leden die opereren midden in het hart van de bedrijfstak. Zij maken ook andere producten dan alleen hun eigen dagbladen. Zo maken ze ook werk voor derden zoals bijvoorbeeld tijdschriften. Verder zijn er ook andere leden die kranten en krantachtige producten maken.”kn_03_pag_07_cees_verweij_©NFP-160237-068

Imago drukwerk
Ik woon in Amsterdam en zie op bijna alle brievenbussen een sticker. Is dat nu goed of slecht voor jullie? Wat zijn de laatste ontwikkelingen op dat gebied?

“Op basis van emoties en onderbuikgevoelens besliste de gemeenteraad van Amsterdam op 20 april dat mensen die in de hoofdstad ongeadresseerd drukwerk willen ontvangen vanaf volgend jaar een Ja/Ja-sticker op de bus moeten plakken. Alle bezwaren tegen dit onzalige voornemen zijn op allerlei manieren naar voren gebracht. Zo spraken we in bij de commissievergadering, stuurden een groot aantal organisaties brieven met inhoudelijke bezwaren tegen het plan en plaatsten we in de kranten die in Amsterdam verschijnen een grote advertentie. Het plan is slecht voor de detailhandel, slecht voor de horeca en de verspreiders, slecht voor de consument, slecht voor de werkgelegenheid én slecht voor de gemeente.”

Dat is zes keer slecht. Hoe kan zo’n plan dan toch doorgaan?
“Ik heb de indruk dat de crux van het voorstel zit in het feit dat Amsterdam de landelijke verplichte recylingovereenkomst van oud papier onvoldoende nakomt. Waar de recycling van oudpapier landelijk 85 procent is, ligt die in Amsterdam op 35 procent. Met dit plan is niet gekeken hoe het huidige systeem van de Ja/Nee en de Nee/Nee-sticker eventueel verbeterd kan worden én hoe het recyclingconvenant beter gehandhaafd kan worden. Overigens hebben we de gemeente al eerder laten weten dat we ze graag ondersteunen om dit percentage meer in de buurt van het landelijk gemiddelde te krijgen.”

Het recyclingconvenant?
”Ruim een jaar geleden sloten de Verenging Nederlandse Gemeenten en Papier Recycling Nederland voor de vijfde keer een Papiervezelconvenant. Deze solide vorm van samenwerking heeft als resultaat dat Nederland al jaren in de wereldtop staat op het vlak van papierrecycling.”

Er was ook veel te doen over het afschaffen van de blauwe envelop van de Belastingdienst.
“Eind vorig jaar trok de Belastingdienst van leer tegen de blauwe envelop. Belangrijkste argument: ‘Niet meer van deze tijd’.

Beide activiteiten, één van de landelijke, de ander van een gemeentelijke overheid vertonen opmerkelijke parallellen. Onderzoek dat ten grondslag zou kunnen liggen aan deze besluiten is onvolledig of ontbreekt helemaal. Ingezet wordt op een bijzonder korte periode waarin de slag van papier naar ‘all digital’ gemaakt moet gaan worden. Derde overeenkomst: na bekendmaking steekt een aanzwellende storm van protest op die door zowel beleidsbepalers als ambtenaren schouderophalend wordt afgedaan. ‘Te laat, achterhoedegevechten, duurzaamheid’ en meer van dergelijke framing. Ter voorkoming van misverstanden. Het KVGO is helemaal niet tegen digitalisering, zolang mensen maar de keuze hebben. Sommigen willen alleen nog digitale post ontvangen, anderen juist niet. Als overheid zou je mensen altijd de keuze moeten laten.”kn_03_pag_07_cees_verweij_©NFP-160237-036

Print Pakt
Grafici zijn niet altijd even sterk in het vermarkten van hun producten. In de beeldvorming lijkt het of voor beleidsbepalers drukwerk ouderwets is. Wat stellen jullie daar tegenover?

“Onze leden zijn de belangrijkste spelers die deze beeldvorming kunnen beïnvloeden bij hun klanten en potentiële klanten. Maar daarbij moeten ze worden geholpen. Twee jaar geleden startten we daarom met onze campagne Print Pakt. Doel is niet simpel het promoten van print, maar benadrukken dat print en digitale vormen van communicatie prima naast elkaar kunnen bestaan. Sterker nog: ze elkaar kunnen versterken.

We doen dat door op de website promotiemateriaal ter beschikking te stelen dat ze zelf kunnen produceren. De voorbeelden hangen hier in de fabriek. Dat doen we door seminars en lezingen te organiseren, vaak gegeven door de ambassadeur van onze campagne Mr Print Pakt. Dat doen we door het organiseren van Print Pakt Live.”

En leveren die inspanningen wat op?
“De resultaten zijn moeilijk te meten, hoewel we onze leden altijd op het hart drukken dat campagnes meetbaar moeten zijn. Hoe dan ook: we hebben de wind niet alleen tegen. De Ja/Ja-sticker en de Blauwe envelop zijn voorbeelden waarin het niet goed gaat. Tegelijkertijd zie je dat vinyl platen weer volop verkrijgbaar zijn en schoolagenda’s terug komen. We werken aan plannen om op de Dutch Design Week met drukwerk opvallend aanwezig te zijn. Hier komen 250.000 mensen met interesse in design en ontwerp. Het kan voor hen de eerste keer worden dat ze kennis maken met prachtig, prijswinnend drukwerk.

Overigens zou ik zou print niet in de hoek van de nostalgie willen positioneren, maar de klepel die nogal doorsloeg naar ‘all digital’ is op de weg terug. ‘Elk medium zijn moment’, is niet voor niks het motto van ons Jaarverslag. Dan weer digitaal, dan weer papier en – steeds vaker – beide. De voetbaluitslagen direct digitaal toegankelijk, de analyse en achtergronden in krant of tijdschrift. Kijken in de showroom naar de jongste hybride, om met de brochure op tafel en websites binnen handbereik op zoek te gaan naar de juiste keuze. De folders op de keukentafel met de aanbiedingen van de week, die de consument naar de supermarkt lokt. Het leaflet in de bus van de schoorsteenveger die eraan herinnert dat het tijd is om – inderdaad – de schoorsteen te vegen, waarna een digitale check volgt op tevreden klanten. Het werkt. Het zorgt voor klanten. Het zorgt voor omzet. Het is succesvol.”

Gewoon volhouden, dus?
“Ik zou de campagne, ondanks dat we met beperkte middelen moeten werken, willen verbreden richting overheden en ambtenaren. Juist onder die groepen zien we veel misverstanden over papier en print, met soms verstrekkende gevolgen.”kn_03_pag_07_cees_verweij_©NFP-160237-032

Vereniging
Ik las in jullie jaarverslag cijfers die erop neerkwamen dat je markt sinds 2008 gehalveerd is. Wat betekent dit voor de vereniging?

“In 2012 hebben we in een beleidsplan lijnen naar de toekomst uitgezet. Jammer genoeg betekende dit dat we destijds afscheid moesten nemen van een aantal medewerkers. Maar we zijn erin geslaagd in een krimpende markt de financiën in balans te houden en ons in te zetten op voor ondernemers belangrijke zaken.”

Kun je wat voorbeelden noemen?
“In ons Jaarverslag staan er tientallen opgesomd – over de Grafimedia cao hebben we het gehad – maar laat ik er eentje uitpakken: onze inspanningen op het gebied van de Wet werk en zekerheid. Voor onze leden pakt die Wet volkomen verkeerd uit en werkt zelfs contraproductief. De transitievergoeding is voor onze bedrijfstak volstrekt onbetaalbaar. Reorganiseren bijvoorbeeld is vrijwel niet meer mogelijk, zodat als het tegenzit of je pech hebt met je crediteuren je de onderneming alleen nog failliet kunt laten gaan om daarna door te starten. Een praktijk waar we het als KVGO niet mee eens zijn.

We hebben samen met andere organisaties, maar ook op eigen kracht, een zeer stevige lobby richting het ministerie ingezet. In Den Haag begint het langzamerhand te dagen dat de plannen niet het beoogde effect sorteren. Eind april stuurde minister Asscher vrij onverwacht een brief aan de Tweede Kamer waarin hij een aantal voorstellen deed om de wet aan te passen. De minister lijkt hiermee gedeeltelijk gehoor te willen geven aan de kritiek. Zijn belangrijkste aanpassing gaat over de transitievergoeding bij het ontslag van langdurig zieken. Werkgevers zouden voor deze transitievergoeding gecompenseerd kunnen worden vanuit het Algemeen werkloosheidsfonds. Een ander belangrijk punt is dat de minister plannen heeft om branche-alternatieven die de kracht van een cao hebben te zien als volwaardige aanvulling. Dat is een klein stapje in de goede richting, maar daarmee zijn we er nog niet. Het is nog maar een voorstel van de minister. De verwachting is dat de wijzigingen op zijn vroegst in 2018 doorgevoerd worden.”

Bestuur
Nog even terug naar de andere activiteiten. Wat zijn de plannen van het bestuur voor de komende periode?

“Dit jaar speelt de verhuizing van het bureau. Dat loopt minder snel dan gehoopt door personele wisselingen bij de projectontwikkelaar en traag draaiende ambtelijke molens. We zullen dadelijk de concept Jaarrekening 2015 aan de leden ter goedkeuring voorleggen. De cijfers zijn, zoals gezegd, in balans. Dit betekent niet dat we op de automatische piloot doorgaan. In juni komt het bestuur bij elkaar om over nieuwe plannen na te denken. Doen we de goede dingen? En pakken we die voor onze leden op de juiste manier aan. Moeten we nieuw prioriteiten stellen, en zo ja, welke moeten we dan laten vallen? Wat kan er beter? Daarna komen we in september met concrete plannen voor de komende drie jaar.”

Dit is een bewerkte en ingekorte versie van het interview dat Isolde Hallensleben op 25 mei tijdens de Ledenraad hield met KVGO-voorzitter Cees Verweij.