Op zoek naar de toekomstbestendige cao

Sociale innovatie is altijd een troefkaart van de branche en het KVGO geweest. In goede en in minder goede tijden. Werkgevers en werknemers zijn het er over eens dat de huidige cao teveel is dichtgetimmerd en te weinig ruimte biedt voor flexibiliteit en maatwerk. Dit keurslijf knelt de bedrijfstak, maar evengoed bij de individuele ondernemingen en individuele werknemers.

Deregulering is het uitgangspunt, zowel voor werkgevers als voor de bonden. In de grafische sector wordt vanouds veel centraal geregeld. Dat past niet meer in deze tijd. Onderdelen van het arbeidsvoorwaardenpakket moeten mee kunnen bewegen met – conjuncturele – ontwikkelingen en de wensen van bedrijven en werknemers.

De tijd van grote collectieven is voorbij, die van het ‘comfortabele’ maatwerk is gekomen. Nieuw te maken afspraken passen in de lange geschiedenis van sociale innovatie in de bedrijfstak. De grafische cao stamt uit 1914 en was één van de eerste landelijke cao’s in Nederland. De afspraken zijn sinds die tijd uiteraard ingrijpend veranderd. Opnieuw loopt het KVGO binnen die traditie van vernieuwing voorop.

Flexibiliteit
Onze bedrijfstak heeft behoefte aan flexibiliteit. De dynamiek op de arbeidsmarkt zal in de toekomst alleen maar toenemen. Ook hebben we te maken met onzekerheden rond de sociale zekerheid, met veranderende arbeidsverhoudingen en een terugtredende overheid.

Om op de maatschappelijke ontwikkelingen en trends binnen de bedrijfstak een antwoord te geven, kwam een begeleidingscommissie bij elkaar van werkgevers en werknemers, ondersteund door adviseurs. Hun belangrijkste taak is het ontwikkelen van een toekomstbestendig model of prototype.

Budgetneutraal
Een belangrijke voorwaarde daarbij is dat een eventueel nieuw stelsel afspraken ‘budgetneutraal’ is ten opzichte van de bestaande. Onderhandelingen over de inhoud van nieuwe cao-afspraken moeten dus niet verward worden met het zoeken naar een nieuw prototype.

Er is geen bezuinigingsdoelstelling, dat is een belangrijk uitgangspunt. Wat zijn andere uitgangspunten? Er moet meer maatwerk mogelijk zijn op het niveau van de onderneming en van de werknemers. Het prototype moet bijdragen aan een optimale inzetbaarheid van de medewerkers.

Het nieuwe stelsel stopt met het repareren van wetgeving, basis is de wet zoals die door het parlement is vastgesteld. Dat betekent dat er veel overbodige bepalingen geschrapt kunnen worden, want wat bij wet geregeld is hoeft niet in de cao. Belangrijk is ook dat de cao toegankelijk is, leesbaar en goed toepasbaar.

Aantrekkelijk aanbod
Bovendien moet het model aantrekkelijk zijn voor een bredere groep. We hebben het over een sectoroverstijgend aanbod voor onze branche, maar ook voor een aanbod voor andere branches en groepen. Denk aan pensioenen, verzekeringen, het A&O Fonds.

Die sectoroverstijgende diensten beogen een aantrekkelijk aanbod te bieden voor aanpalende sectoren die tegen de communicatiebranche aanliggen. Door de terugloop van het aantal bedrijven en werknemers in onze sector wordt het draagvlak voor een aantal van die voorzieningen steeds kleiner.

Dat kan betekenen dat de aangeboden diensten verschralen of zo duur worden dat ze niet langer te betalen zijn. Door andere sectoren in de brede, creatieve industrie te interesseren, kan het draagvlak worden versterkt.

Uitgangspunt is daarbij dat andere sectoren kunnen kiezen wat hen bevalt of wat ze nodig denken te hebben. De één vindt bijvoorbeeld de pensioenregeling aantrekkelijk, de ander ziet wel wat in een gemeenschappelijke verzekering. Daarvoor hoeven ze niet hun eigen cao op te geven of te wijzigen.

Volg het laatste nieuws op de website van de samenwerkende partijen.